Van
God en zijn mensen...
Het
verhaal speelt zich af in een onooglijk dorp, ergens in Algerije,
in het midden van de jaren negentig. Een verhaal over waarden
die geconfronteerd worden met fundamentalisme. Acht Cisterciënzer
monniken wonen samen in een klein klooster, in schijnbaar complete
harmonie met hun islamitische dorpsgenoten. Ze helpen hen in
hun arbeid, nemen deel aan hun festiviteiten en waken over hun
medische gezondheid. Vader Luc is arts en verzorgt dagelijks
zo'n 150 mensen. Christian is het brein van de orde, die het
grootste deel van de contacten met de buitenwereld verzorgt.
Hij is een steun, een toeverlaat en deelt hun leven. De aanwezigheid
van de monniken geeft vertrouwen en stabiliteit. Ze leven van
het land, worden uitgenodigd op plaatselijke feesten, en lijken
gewoon in het algemeen een ideale geestesrust te hebben gevonden
in het leven. Dat alles komt echter op de helling te staan wanneer
moslimextremisten steeds meer geweld plegen in de regio. Terreur
en geweld nemen echter langzaam maar zeker de bovenhand in de
regio. Wanneer ze besluiten om enkele gewonde terroristen te
behandelen, reageren de autoriteiten furieus en zetten hen onder
druk om terug te keren naar Frankrijk. Ondanks het toenemende
gevaar dat hen omringt, groeit de vastberadenheid onder de monniken
om te blijven. Ze tonen een ongeziene trouw. Een
besluit dat niet zonder gevolgen is.
