Vrijdagavond,
na het werk, trok ik gepakt en gezakt naar Tongerlo, met de auto wel
te verstaan. Niettegenstaande al het fileleed dat de radio meldde, stond
ik een uurtje later in de abdij van Tongerlo. Daar werd ik reeds begroet
door twee andere deelnemers en frater Kris, druk bezig zijn gitaar aan
het stemmen. Het volgende uur druppelde gestaag de andere deelnemers
binnen in het ontmoetingshuis. Ook de jongere fraters, behulpzaam en
vriendelijk, stonden paraat. De groep groeide aan tot 21 man/vrouw sterk.
Luc
en Micheline hadden gezorgd voor een lekkere kaasschotel; een lekkere
double van Tongerlo mocht natuurlijk niet ontbreken.
Een
korte inleiding tot het thema “Maar God toch, hoe kan ik iets van u
ervaren?” maakte de avond rond. Ook praktische afspraken werden geregeld.
De
gezellige avond werd afgesloten met een gebedsmoment in de kapel. Gezang,
gitaar en klarinetspel, murmelde gebeden, een kruis vol van lichtjes,
de stilte, … vulde de kapel. De kader met de zijn wanhoop uitschreeuwend
mens, maakte me nieuwsgierig. Het was Elia.
De
zaterdag begon vroeg, zeer vroeg : om 6.45u was er het morgengebed.
De muziek van Luc en de kerkklok roept ons op. Tijdens het getijdengebed
heerst er steeds een aparte sfeer. Dit begint al met de wijze waarop
de paters in stilte twee aan twee, eerbiedig buigend voor het altaar,
het koor betreden. Het lijkt wel een lofzang.
In
de voormiddag beluisteren we vier getuigenissen over het leven van Karen
Armstrong, Don Bosco, Elia en Augustinus. Elk op hun manier hebben zij
God gezocht, de weg kwijtgeraakt, afgewezen en weer teruggevonden. Het
verhaal van Don Bosco was voor mij eerder een buitenbeentje : het lijkt
wel of hij nooit getwijfeld heeft en steeds zijn leven ten dienste gesteld
van de Heer, hoe moeilijk het soms ook was. Verhalen van lang geleden,
verhalen van vandaag en gisteren, verhalen van alle tijden.
Nadien
was er stille tijd : genieten in de tuin van het mooi nazomer weer konden
we deze getuigenissen laten bezinnen en nadenken over wat ze voor ons
kunnen betekenen. “Herken ik iets van mezelf , wanneer en hoe ervaar
ik iets van de aanwezigheid van God, wat doe ik ermee, wat betekent
gebed voor mij ?”
De
paters verliezen geen tijd aan het eten, het gaat steeds vooruit. Wel
even aanpassen – normaal is het eetmoment steeds een moment van rust
en pauze en bijbabbelen – hier niet. De maaltijd wordt afgesloten met
een korte lezing uit een boek.
Na
de middag was het tijd voor ontspanning. Raf had al zijn oor te luisteren
gelegd in de groep. Het werd een namiddag vol tikkerspelen. Gelopen,
gelachen en plezier maken. Ik was er uit de adem van; Het was fijn om
je nog eens zo te kunnen uitleven. Ik denk dat niemand de Woesh zal
vergeten, zo dat die in het verdere weekend blijven doorzinderen is.
We
hebben die dag ook veel naar elkaar geluisterd. En in ons zoeken naar
hem gingen we samen op weg.
Ook
in de vespers om 17.30u staan de psalmen centraal, toch heeft deze gebedstonde
een andere kleur. Het orgelspel van frater Gabriël maakte het af.
Na het avondeten maakten we een prachtige wandeling in de omringende
bossen. Het was reeds helemaal donker tegen we terug waren. De dag werd
afgesloten met een lekkere pint.
Zondag
mochten we uitslapen : het morgengebed begon slechts op 7.00u.
De
getijdengebeden ritmeren heel sterk het abdijleven. Het was nog aardedonker
toen we het plein overstaken op weg naar de kerk. In hemel stonden de
sterren nog te schitteren, ook de Grote Beer of was het de Kleine was
heel duidelijk te zien.
Bij
het buitenkomen na het ontbijt was de morgen begonnen en was het helemaal
klaar geworden. ‘Gedichten-verdichten' : in de groene zaal hingen verschillende
mooie teksten uit van heel diverse mensen, van vroeger en nu : bewerkte
psalmen, gebeden, overdenkingen van christelijk geïnspireerde mensen.
“God
woont in de grond van je ziel.Twijfel je daaraan af en toe ? Twijfel
is soms de keerzijde van geloven. In jouw nachten ontvlamt in de dorst
naar zijn tegenwoordigheid een licht dat in jou zijn glans verspreidt
(Frère Roger van Taizé)”.
De
eucharistieviering was mooi en bezield. ‘Geef aan de keizer wat aan
de keizer hoort en aan de Heer wat aan de Heer toebehoort'; wees gemunt.
In
de namiddag was het afronden van het weekend reeds daar. Het naar elkaar
brieven schrijven was voor mij een aparte wijze om iets mee te kunnen
geven aan de anderen. Bovendien dat kan ik niet ontkennen was ik nieuwsgierig
naar mijn ontvangen post. Dat was voor thuis.
Nadien
kon iedereen op grote vellen papier zetten wat het weekend betekend
had. We sloten het weekend echt af met een gebed in de kapel : “Laat
heb ik jou bemind, schoonheid zo oud en zo nieuw, laat heb ik jou bemind.
Jij was binnen, ik zocht jou buiten. Jij hebt me geraakt en ik verlang
naar jouw vrede (Augustinus)”.
Het
weekend heeft me geraakt en ik ben gegrepen geweest door het Gebeurde.
Iedereen heeft een stukje bijgedragen tot het weekend, alleen al door
aanwezig te zijn. Veel heb ik gevonden en gekregen om van hieruit mee
te dragen. Dank je wel.
Elena.