| Naar de palliatieve dienst van het Jan Palfijn ziekenhuis (Gent) |
|
Zaterdagnamiddag 17 december, in druilerig weer trotseer ik de schommelingen van de bus, lijn 58, die me van het frietkot ‘De Dulle Friet' naar het Jan-Palfijn hospitaal aan de H. Dunantlaan brengt. Twee pioniers in één plaats verenigd, mijmer ik terwijl ik de laatste bladzijden van Jean Vaniers boekje dat Luc me gisteren ter lezing overhandigde, overlees. Drie dus, als ik er vandaag Jean mag bij rekenen. - Het
hospitaal heeft een zakelijke en tevens warme onthaalruimte en hoewel
ze hier zweren bij het geseculariseerd pluralisme, is het eerste wat ik
lees bij de pijltjes die argeloze bezoekers de weg wijzen naar hun zieken,
een pijltje naar de kapel. Ik kan het niet laten om even te glimlachen.
Nauwelijks terug van een eerste wandelingetje heen en weer in de gang,
ontmoet ik Celien bij de ingang. Een korte babbel, een gedeelde examenverwachting
en gewoon wachten. 't Is advent voor iets. Daar komen Luc, Micheline, Mark en een tot dan onbekende Mimi opdagen. De begroeting is hartelijk en spontaan. Mimi is meteen opgenomen in de bende. Of neemt zij ons op in haar hospitaal ? Deze wederkerigheid zal de ganse namiddag typeren. Ik voel me meteen thuis bij deze mensen. De ont-moeting was die dag werkelijk een mogen ont-dekken van elkaars beweegredenen tot gelovig en bezield omgaan met stervenden en de mensen uit hun omgeving. Maar laat ik niet op de feiten vooruit lopen.
Eénmaal Bruno zich bij de groep heeft gevoegd, rijden we met z'n allen naar de andere campus waar Els, de hartverwarmende psychologe ons opwacht. We worden welkom geheten in de kleine living en zitten gezellig rond de tafel. Els stelt kort zichzelf, haar jobuitoefening en de dienst even voor. Al snel wordt ze vriendschappelijk bejegend en mag ze een spervuur van vragen ondergaan. Vragen die variëren van praktische nut tot spirituele bewogenheid. We horen van een pluralistisch standpunt omtrent de opvang van alle mogelijke personen, van een symboolgeladen herinneringsviering, van het ‘therapeutisch vat' dat zowel zorgverleners, patiënten als familieleden soms moeilijk kunnen laten leeglopen, de ruimte voor een lach en een traan, de nabijheid van de mens in een gebaar, een woord en het ‘er zijn'. Is het niet vreemd om Zijn Naam ook hier weer als werkwoord te mogen ervaren. ‘Ik die ben'- Jahwe, onze God, die zich in mensen laat kennen, zelfs als mensen Hem niet meteen (h)erkennen.
Els
getuigt dat professionaliteit haar toch toelaat om ‘zielencontact' te
maken met de zorgvragende. Contact tussen twee levende zielen, mensen
die zich door elkaar laten raken in hun diepste ik. Ik kon het bijna niet
geloven dat dit werkelijk zomaar kan, en toch …. Mimi die in haar verhalen
duidelijk maakt hoe het samen bidden, het leven in de handen van God kunnen
leggen, het ervaren van de kracht van het Woord, haar werk als pastor
mooier maakt, ja zelfs in zulke soms schrijnende situaties tot een luxe
- beroep maakt. Luc die ons laat delen in zijn aanstekelijkheid om mensen,
ook in hun laatste dagen voor elkaar te laten zorgen en elkaars lasten
te dragen, gewoon door er even te zijn. Hij nam, zoals vaak denk ik, hier
het voortouw en wordt op die manier het licht op de standaard dat anderen
de weg toont. Wat
me tevens treft vandaag is de zorg voor kinderen en hun rouwproces. Hier
maakt men er volop werk van om hen als volwaardige mensen te laten delen
in het verdriet en de ontroering die de dood aan het leven geeft. “Laat
de kinderen tot mij komen”, lijkt wel het adagio van Els te zijn. Knap
hoe ze dit helemaal uitbouwt. Na een korte rondleiding, met schroomvol
respect voor de privacy van de bewoners, kaarten we nog wat ontspannen
na bij een koffietje. Eén enkele verpleegkundige maakt ondertussen
werk van de kerstversiering en laat op haar manier zien hoe familiaal
men op deze dienst met elkaar omgaat. Bij het verlaten van het hospitaal botsen we op een jong koppel. (Toevallig bekenden van Luc en Micheline en tja, ook van mij eigenlijk (toch raar, hé)). Morgen mogen ze hun jonge kindje eindelijk mee naar huis nemen. Het afscheid nemen, van dit prille leven, elke dag opnieuw doet hen pijn. Hun vertrouwen in de dag van morgen is groot. 't Is vreemd hoe Hij zich aan ons laat kennen. In het ontstaan van nieuw leven, in liefdevolle ontmoetingen tussen mensen, in de stilte van het gebed en in de warme zorg voor de zwakken en uitgestotenen of in de dood. Vandaag mag ik Hem ervaren in die zorg en ontmoetingen. _ Die avond ben ik aanwezig op de Sion-viering. Smeltende sneeuw, autopech, donkere kou, vergeetachtigheid, kortom bijna alle ingrediënten voor een chaotische samenkomst zijn aanwezig. Wat een wonder, want het wordt opnieuw stil, het wordt opnieuw licht, kaarsen die we zelf ontsteken voor het mooie van die dag, die week, de tijd die we beleven. De kring is klein wanneer we Zijn gebed bidden, de handen warm en verbonden. De stilte is sprekend, de getuigenis echt. Van chaos geen sprake, Hij is in ons midden. _ Na de stilte verliezen we opnieuw de tijd uit het oog, we zitten samen aan tafel, drinken een glas en ontdekken opnieuw dat Hij mensen samenbrengt. 't Is zo mooi als het zo een donker rot weer is. 't Is een kans om zelf het goede weer te maken. Bedankt aan allen, 't is fijn om samen te zijn. Tot een volgende keer. Raf. |